‘1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:
Ik ben naar binnen gegaan, heb [benadeelde] bij zijn arm gepakt en ben vervolgens, nadat ik hem op de grond had gegooid, bovenop hem gaan zitten. Ik had op dat moment een beitel in mijn hand.
2.
Het in de wettelijke vorm opgemaakteproces-verbaal van aangifte van [benadeelde] en de bijgevoegde foto’s van het letsel(…) voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:
Vandaag, zijnde 21 mei 2018, was ik thuis tezamen met mijn maat [betrokkene 1] . Ik ben woonachtig op de [a-straat 1] te [plaats] .
Ik hoorde op een gegeven moment geschreeuw buiten en ben naar de voordeur gelopen en zag ter hoogte van [b-straat 1] een man staan die ik ken als [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte [verdachte] ). Toen ik in de deuropening stond, zag ik hem kijken en ik hoorde hem schreeuwen.
Ik zag dat [verdachte] nogmaals in onze richting keek en gelijk naar onze woning rende. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Ik maak je dood” of woorden van gelijke strekking. Ik hoorde [betrokkene 1] zeggen dat ik de deur dicht moest doen hetgeen ik ook gelijk heb gedaan.
Toen ik in de woonkamer was hoorde ik opeens een harde knal.
Toen ik keek, zag ik dat [verdachte] de hal van onze woning in kwam lopen. Op dat moment besefte ik dat hij de deur had ingetrapt.
Ik heb getracht de eettafel tussen [verdachte] en mij te houden echter werd ik compleet verrast toen [verdachte] toch op een of andere manier mij vast wist te pakken. Het ging allemaal ontzettend snel en ik zag dat hij langs [betrokkene 1] liep en deze aan de kant duwde.
Ik voelde en zag dat [verdachte] mij met kracht op de grond gooide. Door de klap op de grond voelde ik gelijk pijn aan mijn rug.
Terwijl ik op de grond lag zag ik dat [verdachte] over mij heen boog.
Ik zag dat [verdachte] een beitel in zijn rechterhand vast hield. Ik zag dat [verdachte] stekende bewegingen in mijn richting maakte. Ik voelde dat [verdachte] mij raakte met de beitel. Ik hoorde dat [verdachte] schreeuwde dat hij mij dood wilde maken. Ik hoorde dat hij zei: “Ik steek je neer, ik maak je dood” of woorden van gelijke strekking. Ik was er van overtuigd dat hij mij dood wilde maken. Ik zag dat hij meerdere keren een stekende beweging maakte in mijn richting en dat hij mij daadwerkelijk raakte. Ik voelde dat hij mij raakte aan mijn rechter onderarm. Ik voelde gelijk een scherpe pijn. Ik probeerde de stekende bewegingen af te weren met mijn handen. Ik voelde dat ik hierdoor geraakt werd aan mijn rechter hand en zag dat ik begon te bloeden.
Ik zag en voelde dat hij mij met zijn linker vuist begon te slaan en hij sloeg mij keer op keer met kracht. Dit alles ging gepaard met luid geschreeuw. Ik moest knokken voor mijn leven en dacht dat ik het niet meer na zou kunnen vertellen.
Ik was zo bang en had erg veel pijn.
Op een gegeven moment voelde ik dat hij mijn keel probeerde dicht te knijpen. Dit deed hij met kracht waardoor ik aantal seconden geen adem meer kreeg.
Op een gegeven moment zag ik dat [betrokkene 2] , de vader van [betrokkene 1] , ook in de woonkamer stond tezamen met een voor mij onbekende man. Ik zag dat [betrokkene 2] en de voornoemde onbekende man, [verdachte] vast hielden en hem op zijn knieën lieten zitten. Ik zag dat [betrokkene 2] de beitel van [verdachte] afpakte en in onze kast gooide.
Vervolgens werd [verdachte] door [betrokkene 2] en de onbekende man naar buiten geduwd.
3.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (…) voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-,als verklaring van getuige [betrokkene 3]:
Ik zat op maandag 21 mei 2018 in mijn huis aan de [c-straat 1] te [plaats] .
Ik hoorde spullen vallen in de woning naast mij, dat is [a-straat 1] .
Ik ben op een gegeven moment via de achterdeur mijn tuin in gegaan. Ik hoorde toen allemaal geschreeuw uit de woning naast mij komen. Ik ben op een bankje gaan staan en kon toen over de schutting kijken.
Ik zag toen dat [benadeelde] , mijn buurjongen, (het hof begrijpt: aangever [benadeelde] ) in de woning met zijn rug tegen het achterraam stond. Ik zag dat de hals van [benadeelde] rood was, ik kon niet goed zien of dit bloed was. Ik hoorde vervolgens geschreeuw uit de woning komen. Het was een mannenstem, de man riep: “Ik maak je dood”!
4.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (…) voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-,als verklaring van getuige [betrokkene 2]:
Het was maandag 21 mei 2018 allemaal erg heftig. Ik was in mijn woning aan de [d-straat 1] te [plaats] en hoorde op een gegeven moment van buiten geschreeuw en gebonk op deuren. Het leek alsof iemand de deuren aan het intrappen was.
Ik wist dat mijn zoon [betrokkene 1] bij [benadeelde] op bezoek was. Ik ben op een gegeven moment naar de woning van [benadeelde] gegaan.
Ik hoorde op dat moment geschreeuw uit de woning van [benadeelde] komen. Ik rende naar binnen en zag dat een man boven op [benadeelde] lag. Ik zag dat ze achter in de woonkamer bij de tafel lagen. In de woning was nog een buurman aanwezig, genaamd [betrokkene 4] (het hof begrijpt: [betrokkene 4] ).
Samen met [betrokkene 4] heb ik de man van [benadeelde] afgetrokken.
Ik zag dat de man een beitel in zijn handen hield en daarmee zwaaide. Ik heb de beitel van de man afgepakt en heb de beitel in een kast gegooid. [betrokkene 4] en ik hebben de man naar buiten gewerkt. Het viel niet mee de man onder controle te krijgen. De man was door het dolle heen.
Ik ben toen naar [benadeelde] gelopen. Ik zag dat [benadeelde] onder de schrammen en krassen zat. Zijn armen, nek, schouders, overal.
(…)
5.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (…) voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-,als verklaring van getuige [betrokkene 4]:
[verdachte] (het hof begrijpt: verdachte [verdachte] ) belde op 21 mei 2018 rond 17.45 bij mij aan. We zijn vervolgens met een houten bloembak aan de gang gegaan. We kregen het op een gegeven moment met elkaar over geluidsoverlast. [verdachte] spreekt altijd met mij over dit onderwerp. Ik merkte op dit moment dat [verdachte] boos werd en ook bozer dan normaal.
Hij stond op en begon te schreeuwen.
Ik sprak [verdachte] aan met: Nou kom op, kom hier zitten. Ik wilde hem hiermee tot rust zien te krijgen.
Ik zag vervolgens dat [verdachte] wegrende (...).
Ik zag dat [verdachte] bij de laatste woningen in het hofje tegenover onze straat, op voordeuren aan het trappen was. Ik zag dit door de ramen vanuit het portaal van ons appartementencomplex. Ik had goed zicht op hem. Ik ben naar hem toegelopen.
Toen ik bij hem was, zag ik dat hij daadwerkelijk een voordeur ingetrapt kreeg. Ik weet het huisnummer van die bewuste voordeur niet meer. Het was de laatste woning in die rij. Het betrof een hoekwoning.
We zijn op een gegeven moment weer samen in de richting van onze woningen gelopen. [verdachte] is hierop weer bij mij weggelopen dan wel gerend in de richting van de woning waar hij even ervoor de deur ingetrapt kreeg. Ik ben direct weer achter hem aan gerend.
Ik zag op een gegeven moment een jongen in een deuropening van een rijtjeswoning in dat blok met woningen.
Ik zag dat [verdachte] op die jongen afrende. Ik zag dat de jongen de deur voor [verdachte] dicht wilde doen door hem gauw te sluiten. Ik zag dat [verdachte] de deur intrapte met zijn rechterbeen.
Ik zag dat [verdachte] de woning binnen ging.
Ik zag dat de jongen zich probeerde te verschuilen achter een daar staande eetkamertafel.
Ik zag in ieder geval dat de jongen achter de tafel dook waarna [verdachte] er met zijn lijf bovenop dook. Ik zag dat [verdachte] de jongen beetpakte bij de bovenzijde van zijn kleding.
Ik heb [verdachte] met beide handen van de jongen getrokken. Ik zag dat [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ) achter mij stond. [betrokkene 2] heeft mij geholpen [verdachte] vast te pakken.
Ik pakte [verdachte] bij zijn rechterhand en voelde daar iets zitten. Ik pakte dit uit de rechterhand van [verdachte] . Ik zag dat dit een beitel was.’