ECLI:NL:HR:2012:BT6947
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van verzamelpandakte en stil pandrecht op toekomstige vorderingen
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van een door ING gehanteerde verpandingsconstructie centraal, waarbij via een verzamelpandakte stil pandrecht werd gevestigd op zowel bestaande als toekomstige vorderingen van kredietnemers. De curator van [A] B.V., failliet verklaard, betwistte dat ING een rechtsgeldig pandrecht had verkregen op de vorderingen van [A].
De Hoge Raad oordeelde dat de afzonderlijke elementen van de constructie, waaronder het volmachtbeding in de algemene voorwaarden van de bank, niet in strijd zijn met wettelijke bepalingen zoals art. 3:239 lid 1 BW Pro. Ook het stil pandrecht op toekomstige vorderingen is rechtsgeldig, mits deze vorderingen later zijn ontstaan of rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding en de eerdere registratie van de kredietoffertes als stampandakten is verricht.
Verder is het volmachtbeding niet onredelijk bezwarend, mede omdat het een zakelijke relatie betreft en de bank een gerechtvaardigd belang heeft bij zekerheid. De bank handelt niet in strijd met art. 3:68 BW Pro door als gevolmachtigde op te treden, en de generieke omschrijving van pandgevers en vorderingen in de verzamelpandakte staat een geldige verpanding niet in de weg.
Hoewel de constructie de verhaalspositie van concurrente schuldeisers beperkt, acht de Hoge Raad dit onvoldoende reden om art. 3:239 lid 1 BW Pro beperkter uit te leggen. De belangen van een vlot kredietverkeer en de bredere economische context wegen mee. Het primaire cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtsgeldigheid van de verzamelpandakte en het stil pandrecht op toekomstige vorderingen ten gunste van ING.