ECLI:NL:HR:2005:AR6165
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vordering betaling facturen na overdracht activa eenmanszaak aan besloten vennootschap
In deze zaak vorderde eiseres betaling van facturen die zij had gefactureerd aan verweerder tijdens de periode dat eiseres als eenmanszaak werd gedreven. Verweerder betwistte de vorderingen op twee gronden: dat de vorderingen niet rechtsgeldig aan eiseres waren overgedragen en dat de vorderingen waren verjaard. De rechtbank verklaarde de vordering niet-ontvankelijk wegens verjaring, en het hof bekrachtigde dit oordeel.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest waarin het hof werd terugverwezen om nader te oordelen over de vraag of de vorderingen voldoende bepaalbaar waren in de akte van cessie, die in dit geval de akte van oprichting en inbreng van de eenmanszaak in de besloten vennootschap betrof. Het hof oordeelde dat ondanks de algemene omschrijving van de inbreng als "alle activa van gemelde onderneming", bij betwisting door de schuldenaar nader bewijs vereist was om de overdracht van de specifieke vorderingen aan te tonen.
De Hoge Raad stelt dat in gevallen van inbreng van alle activa van een eenmanszaak in een besloten vennootschap het voldoende duidelijk is dat ook de vorderingen uit die onderneming worden overgedragen, zonder dat nadere specificatie nodig is. Het oordeel van het hof dat nader bewijs nodig was, is daarom onjuist of onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Verweerder wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 4 maart 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling vanwege onduidelijkheid over de overdracht van vorderingen.