ECLI:NL:HR:2012:BU8847
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat terbeschikkingstelling theaterzaal met diensten één belastbare economische prestatie vormt
Belanghebbende exploiteert een kunstencentrum waarin zij theaterzalen, foyer, kleedkamers en aanvullende diensten zoals theatertechnici en schoonmaak ter beschikking stelt aan gebruikers voor muziek- en toneelvoorstellingen. Over de periode oktober tot december 2002 werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd vanwege een herrekening van de aftrekbare voorbelasting.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en de naheffingsaanslag, stellende dat de terbeschikkingstelling van de theaterzaal met bijkomende diensten moet worden aangemerkt als verhuur van een onroerende zaak, vrijgesteld van omzetbelasting. De Minister stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad bevestigt dat de verschillende handelingen van belanghebbende economisch één niet te splitsen dienst vormen, maar oordeelt dat deze dienst niet als verhuur van onroerende zaak kwalificeert. De dienst is een eigen aard dienst gericht op het faciliteren van uitvoeringen en is daarom niet vrijgesteld van omzetbelasting. Het cassatieberoep van de Minister wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd.