ECLI:NL:HR:2012:BV6939
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bewijslast arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd bij geschil over contractduur
In deze zaak staat centraal of tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd is gesloten. Eiseres stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, terwijl verweerder betwist dat en stelt dat het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft, eindigend op 1 september 2008.
De feiten betreffen een overeenkomst gesloten in november 2007, waarbij eiseres op afroep arbeid verrichtte. In de periode januari tot en met juni 2008 werkte zij fulltime. Na een vakantie en ziekmelding werd zij op staande voet ontslagen, waarvan het hof oordeelde dat dit ontslag nietig was.
Het hof oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stelling dat sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, mede omdat zij geen gespecificeerd bewijsaanbod had gedaan. De Hoge Raad vindt dit oordeel onbegrijpelijk omdat eiseres zich had beroepen op een overeenkomst met bepalingen die haar standpunt konden onderbouwen, en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
De Hoge Raad bevestigt dat de titel van de overeenkomst niet beslissend is en dat de inhoud bepalend is, waarbij het hof terecht oordeelde dat sprake was van een oproepcontract dat kan leiden tot arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.