Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/238632/HA ZA 17-396)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi gehouden op 5 juni 2020, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 22 mei 2020 door [appellant] toegezonden productie 18, die [appellant] bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
“Voor de beoordeling neemt het College de situatie van vóór de doorstart als uitgangspunt. Immers, de aantallen in de nieuwe situatie krijgen betekenis als die worden afgezet tegen de groep werknemers waaruit verweerster haar selectie heeft gemaakt. (…) Het College gaat er derhalve van uit dat bij de failliete B.V. elf 55+ers in dienst waren. Uitgaande van de situatie dat drie 55+’ers een arbeidsovereenkomst hebben gekregen en derhalve acht van hen niet, betekent dit dat 72,7% van deze groep is uitgesloten. Omdat in feite negen 55+’ers zijn uitgesloten is dit 81,8%. Dit getal dient vervolgens te worden afgezet tegen de groep werknemers die jonger is dan van 55 jaar. Met elf 55+’ers in de oude situatie waren 33 ex-werknemers jonger dan 55 jaar. Van hen hebben er 21 een arbeidsovereenkomst gekregen en 12 niet. Dit betekent dat 36,4% van deze groep is uitgesloten. Het College stelt daarmee vast dat de leden van de groep 55-min in vergelijking met die van de groep 55-plus twee keer zo vaak een arbeidsovereenkomst hebben gekregen.”
- de aanbieding van een betrekking en de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking;(…)
- het aangaan en het beëindigen van een arbeidsverhouding.
“erkennend dat het begrip handicap aan verandering onderhevig is en voortvloeit uit de wisselwerking tussen personen met functiebeperkingen en sociale en fysieke drempels die hen belet ten volle, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving”.
Doel van dit verdrag is het volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid te bevorderen, beschermen en waarborgen, en ook de eerbiediging van hun inherente waardigheid te bevorderen. Personen met een handicap zijn onder meer personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.”
“Een sluitende definitie van de begrippen handicap of chronische ziekte is in het kader van de gelijkebehandelingswetgeving nodig noch wenselijk. Of iemand belemmeringen ondervindt wegens zijn handicap of ziekte is immers ook afhankelijk van de context waarbinnen iemand functioneert” (MvT, 28 169 nr. 3, pagina 9). Met de begrippen handicap of chronische ziekte wordt aangesloten bij het begrip “disabled” in de zin van Richtlijn 2000/78.En (MvT, pagina 24):
“Ook in de richtlijn worden op dit punt geen definities gegeven. Handicaps en chronische ziekten kunnen fysiek, verstandelijk of psychisch van aard zijn. Een handicap is voorts in beginsel onomkeerbaar. Een chronische ziekte is dat soms niet, maar is in ieder geval langdurig van aard. Zowel de term handicap als de term chronische ziekte zijn te begrijpen onder het begrip ‘disabled’ uit de richtlijn.”.