ECLI:NL:HR:2012:BV7347
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- M.A. Loth
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over matiging loonvordering na onrechtmatig ontslag
Eiseres trad op 1 juli 2006 in dienst bij verweerster, waarbij onduidelijkheid bestond over haar functie. De arbeidsovereenkomst werd op 18 juli 2007 met onmiddellijke ingang opgezegd, waarna eiseres zich beschikbaar bleef stellen en de nietigheid van het ontslag inriep.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was en kende loon toe, gematigd tot het minimum van drie maanden conform art. 7:680a BW. Het hof Amsterdam bevestigde deze matiging met het argument dat volledige toewijzing zou leiden tot een wanverhouding tussen de duur van de loonbetaling en de feitelijke arbeidstijd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze wanverhouding tot onaanvaardbare gevolgen leidt en waarom matiging tot drie maanden passend is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst het geding naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een ander hof.