ECLI:NL:HR:2012:BV8952
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over teruggaaf omzetbelasting en proceskostenvergoeding
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over september 2005. De Inspecteur verleende gedeeltelijke teruggaaf, maar stelde dat belanghebbende een vergoeding had ontvangen in de vorm van het gebouwde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde de teruggaaf vast op € 737.609. Het hof bevestigde dit, maar kende een integrale proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende wegens een onterechte weigering door de Inspecteur.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom de integrale proceskostenvergoeding toegekend moest worden en dat de Inspecteur niet willens en wetens had volhard in een kenbaar onterechte weigering. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling, met name voor een zorgvuldige motivering van de proceskostenvergoeding volgens artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Hoge Raad bevestigde dat de vergoeding die belanghebbende ontving in de vorm van het gebouwde niet als betaling in de zin van artikel 29, lid 1, Wet OB kan worden aangemerkt, omdat deze niet diende ter delging van de schuld van de afnemer. De zaak betreft een complexe fiscale procedure over omzetbelasting, proceskosten en de uitleg van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.