ECLI:NL:HR:2012:BW3349
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten in belastingzaak
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1990-2000 in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, met daarbij boeten en heffingsrente. Het hof verklaarde de beroepen tegen de verhogingen en boeten deels gegrond, vernietigde enkele uitspraken en mat de boeten, maar handhaafde andere beslissingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd op basis van welk bewijs de boeten zijn opgelegd, met name dat de bewezenverklaring niet kan steunen op algemene ervaringsregels zonder specifieke bewijsvoering per feit. Ook is de modelmatige berekening met factor 1,5 onvoldoende onderbouwd en moet dit opnieuw worden beoordeeld.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht het tijdsverloop tussen het verkrijgen van gegevens en het opleggen van aanslagen niet onredelijk vond, en dat het hof de proceskostenvergoeding aan belanghebbende terecht heeft toegekend, maar de kostenveroordeling aan de Inspecteur in bezwaar onterecht was.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij het hof moet beoordelen of voor elk van de boeten het bewijs is geleverd en of de sancties passend zijn. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van cassatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbeoordeling.