ECLI:NL:HR:2012:BW3684
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onvoldoende motivering geldboete in belastingfraudezaak
De verdachte, een paardenhandelaar, werd veroordeeld wegens opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting in de periode 1997-2002, waarbij hij de fiscus benadeelde met valse facturen en veeverklaringen. Het hof legde een werkstraf van 240 uur en een geldboete van €200.000 op, waarbij de boete mede diende ter afroming van het door verdachte behaalde voordeel.
De verdediging voerde aan dat de geldboete buitenproportioneel was en dat de verdachte financieel niet in staat was deze te voldoen vanwege executoriaal beslag op zijn enige vermogensbestanddeel, zijn woning. Tevens werd betoogd dat de strafoplegging onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de ernst van de feiten mede bepaalde aan de hand van het behaalde voordeel, maar dat de motivering van de strafoplegging onvoldoende was gelet op de financiële situatie van de verdachte. De Hoge Raad vernietigde daarom de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof te Leeuwarden voor hernieuwde berechting, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering van de geldboete en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.