ECLI:NL:HR:2012:BW5166
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ne bis in idem, opzet en kwalificatie poging zware mishandeling en poging tot doodslag
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over meerdere geweldsfeiten gepleegd in penitentiaire inrichtingen en daarbuiten. Centraal staat de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in relatie tot een disciplinaire straf, de beoordeling van (voorwaardelijk) opzet op zwaar lichamelijk letsel, en de juiste strafrechtelijke kwalificatie van de feiten.
De Hoge Raad bevestigt dat het opleggen van een disciplinaire straf door de directeur van een penitentiaire inrichting niet gelijkstaat aan strafrechtelijke vervolging, zodat vervolging door het openbaar ministerie niet in strijd is met het ne bis in idem-beginsel. Het hof heeft terecht geoordeeld dat sprake was van poging tot zware mishandeling met voorwaardelijk opzet, waarbij de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.
Voorts corrigeert de Hoge Raad een kennelijke misslag in de bewezenverklaring waarbij de kwalificatie poging tot doodslag onjuist was vastgesteld, en verbetert de kwalificatie van meerdere feiten tot poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd. Ten slotte wordt de opgelegde gevangenisstraf verminderd met twee jaar wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor kwalificatie en strafoplegging, vermindert de gevangenisstraf tot een jaar en elf maanden, en verwerpt het beroep voor het overige.