ECLI:NL:HR:2012:BW9179
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Niet-naleving recht op laatste woord leidt tot vernietiging en terugwijzing
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het gerechtshof in strijd met artikel 311, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft gehandeld door verdachte niet het recht te laten het laatste woord te voeren. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep toonde niet aan dat het recht op het laatste woord aan verdachte was verleend, wat een nietigheid oplevert.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling op het bestaande hoger beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest van het hof Amsterdam van 11 februari 2010.
De Hoge Raad stelde vast dat het voorschrift van artikel 311, vierde lid, Sv dwingend is en dat het niet naleven daarvan leidt tot nietigheid van het vonnis. De zaak wordt terugverwezen zodat het hof opnieuw kan oordelen met inachtneming van het recht op het laatste woord voor verdachte.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het recht op het laatste woord in het strafproces en bevestigt dat schending hiervan een fundamentele procedurele fout is die tot vernietiging leidt.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens het niet verlenen van het recht op het laatste woord aan verdachte en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.