ECLI:NL:HR:2012:BW9179

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00958
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SvArt. 415 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-naleving recht op laatste woord leidt tot vernietiging en terugwijzing

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het gerechtshof in strijd met artikel 311, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft gehandeld door verdachte niet het recht te laten het laatste woord te voeren. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep toonde niet aan dat het recht op het laatste woord aan verdachte was verleend, wat een nietigheid oplevert.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling op het bestaande hoger beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest van het hof Amsterdam van 11 februari 2010.

De Hoge Raad stelde vast dat het voorschrift van artikel 311, vierde lid, Sv dwingend is en dat het niet naleven daarvan leidt tot nietigheid van het vonnis. De zaak wordt terugverwezen zodat het hof opnieuw kan oordelen met inachtneming van het recht op het laatste woord voor verdachte.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het recht op het laatste woord in het strafproces en bevestigt dat schending hiervan een fundamentele procedurele fout is die tot vernietiging leidt.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens het niet verlenen van het recht op het laatste woord aan verdachte en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

26 juni 2012
Strafkamer
nr. S 10/00958
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 februari 2010, nummer 23/002026-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het derde middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 311, vierde lid, Sv in verbinding met art. 415 Sv Pro de verdachte niet het recht heeft gelaten het laatst te spreken.
2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 en 28 januari 2010 houdt onder meer in:
"Het hof hervat (...) het (...) onderbroken onderzoek. De verdachte en de raadsman (...) zijn verschenen.
(...)
Aan de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten."
2.3. Uit voormeld proces-verbaal blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het vierde lid van art. 311 Sv Pro op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
2.4. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 juni 2012.