ECLI:NL:HR:2012:BX4990
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen waarneming rechter bij bewijsvoering in geweldszaak
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het hof zijn eigen waarneming van videobeelden als bewijs mocht gebruiken zonder de verdediging daarmee te verrassen. De verdachte werd ervan verdacht op 22 april 2007 in Groningen samen met anderen geweld te hebben gepleegd tegen een slachtoffer door te slaan en te schoppen.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring mede op eigen waarneming van camerabeelden waarop verdachte een schoppende beweging maakt. De verdediging stelde dat zij hierdoor werd verrast en dat dit in strijd was met het recht op hoor en wederhoor. De Hoge Raad overwoog dat eigen waarneming van de rechter als wettig bewijsmiddel kan dienen indien deze waarneming ter terechtzitting is gedaan en meegedeeld, zodat partijen zich hierover kunnen uitlaten.
In deze zaak had het hof zijn waarneming ter terechtzitting meegedeeld en was de verdediging reeds op de hoogte van de schoppende beweging van verdachte op de beelden uit diens eigen verklaring in eerste aanleg. Hierdoor was er geen sprake van verrassing. Het middel faalde en het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat eigen waarneming als bewijs mocht worden gebruikt zonder de verdediging te verrassen.