Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van de eigen waarneming van het hof op de ter terechtzitting vertoonde camerabeelden, terwijl het hof die waarneming niet ter sprake heeft gebracht, waardoor de verdachte door dat gebruik voor het bewijs is verrast. Het middel doelt op de waarneming dat de verdachte “met een agressieve vechthouding, dreigend” op [verbalisant 1] afloopt.
tweede middelkomt met een aantal deelklachten op tegen het oordeel van het hof dat de verdachte ‘met verenigde krachten’ geweld heeft gepleegd.
tezamen en in vereniging met anderenopenlijk
met verenigde krachtenplegen van geweld (door daaraan een voldoende significante bijdrage te leveren).
derde middelklaagt dat het vonnis (i) in strijd met art. 402, vijfde lid, Sv BES niet in het bijzonder de redenen opgeeft die tot de keuze van een voorwaardelijke gevangenisstraf hebben geleid en (ii) in strijd met art. 401, vierde lid, Sv BES niet de wettelijke voorschriften vermeldt waarop de strafoplegging is gegrond.