ECLI:NL:HR:2012:BX7157
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvang terbeschikkingstelling borgtocht en verlies regresvordering in inkomstenbelasting
Belanghebbende, na het overlijden van haar echtgenoot enige aandeelhouder en borg van de vennootschap, werd aangesproken voor een borgstelling van €100.000 na faillissement van de vennootschap. Zij nam een negatief belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden van €25.000 op in haar aangifte inkomstenbelasting 2007.
De Inspecteur weigerde dit verlies te erkennen, wat leidde tot bezwaar en beroep. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en erkende het verlies als toerekenbaar aan het belastbare inkomen. Het Hof baseerde zich op civielrechtelijke uitgangspunten omtrent de regresvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de regresvordering pas ontstaat bij betaling door de borg, maar dat de verplichting uit de borgstellingsovereenkomst als een schuld moet worden aangemerkt die vanaf het aangaan van de borgstelling tot het werkzaamheidsvermogen behoort. Hierdoor kan een voorziening voor het verlies op de regresvordering worden gevormd en het negatieve resultaat in aanmerking worden genomen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en wees de proceskosten af. Dit arrest bevestigt de fiscale behandeling van borgstellingen en de timing van verliesverrekening in de inkomstenbelasting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.