ECLI:NL:HR:2012:BY4590
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat verhuur met gelegenheid tot prostitutie één belastbare prestatie is
Belanghebbende heeft over januari 2008 omzetbelasting betaald en verzocht om teruggaaf van een groot deel daarvan, wat door de Inspecteur werd afgewezen. Zowel de Rechtbank Haarlem als het Gerechtshof Amsterdam hebben het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de verschillende activiteiten die zij verrichtte, waaronder toezicht, schoonmaak en het ter beschikking stellen van een GGD-arts, afzonderlijke diensten zijn die vrijgesteld zouden moeten worden van omzetbelasting. Volgens belanghebbende is de verhuur van de kamer de hoofdprestatie en de overige activiteiten slechts bijkomende diensten.
De Hoge Raad oordeelt dat het gehele pakket van activiteiten gericht is op het bieden van een veilige en geschikte omgeving voor prostitutie en dat dit als één enkele dienst moet worden beschouwd. De stelling dat de aanvullende diensten slechts ondersteunend zijn aan de hoofdprestatie kan niet zonder nader feitelijk onderzoek worden aangenomen, hetgeen in cassatie niet mogelijk is. Daarom wordt het cassatieberoep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de door belanghebbende verleende prestaties één belastbare dienst vormen, namelijk het geven van gelegenheid tot prostitutie, en verklaart het cassatieberoep ongegrond.