ECLI:NL:HR:2013:BY4465
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging pensioenovereenkomst wegens afschaffing vroegpensioenregeling en zorgplicht pensioenfonds
De zaak betreft de beëindiging van vroegpensioen- en vutregelingen per 1 januari 2006 door Stichting Vroegpensioenfonds en VUT-Stichting, die zijn gefuseerd in Bpf Bouw. Eiser, een statutair directeur en grootaandeelhouder van een bouwbedrijf, stelt dat hij de kennisgeving over de afschaffing van de regelingen niet heeft ontvangen en dat Bpf Bouw onrechtmatig heeft gehandeld door hem niet alsnog toe te laten tot de nieuwe vrijwillige pensioenregeling.
De kantonrechter wees de vordering van eiser toe, maar het hof wees deze af, stellende dat Bpf Bouw niet verplicht was een aanbod te doen en dat geen onzorgvuldig handelen kon worden verweten. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, omdat het hof ten onrechte oordeelde dat uit art. 17 Pensioen Pro- en spaarfondsenwet niet volgt dat de pensioenfondsbeheerder verplicht is deelnemers schriftelijk te informeren over zulke ingrijpende wijzigingen.
De Hoge Raad benadrukt dat de zorgplicht van Bpf Bouw mede afhangt van de kenbare persoonlijke en financiële belangen van de deelnemer en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen aanvullende maatregelen, zoals een rappel, nodig waren. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere beoordeling van de zorgplicht en belangen van de deelnemer.