Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Waar het in deze zaak om gaat
3.Het middel
4.Bespreking van het middel
alleminderjarige verdachten bestaat discussie. De Richtlijn bevat daarvoor geen expliciete bepaling maar bevat in art. 6 wel Pro dwingend geformuleerde zorgplichten. [15] In de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot het huidige art. 489 lid 1 Sv Pro wordt gesteld dat uit de Richtlijn geen recht op gefinancierde bijstand voortvloeit voor álle minderjarige verdachten, waaruit kan worden afgeleid dat volgens de regering uit de Richtlijn wel een recht op gefinancierde rechtsbijstand voortvloeit voor de aangehouden verdachte, maar voor de niet aangehouden verdachte dus niet. Dit uitgangspunt wordt in de Memorie van Toelichting als volgt onderbouwd:
kunnendoen van het recht op rechtsbijstand en hem die mogelijkheid dus ten onrechte is voorgehouden. Ook dat levert een onherstelbaar vormverzuim op.