ECLI:NL:HR:2013:BZ1897
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- J. Wortel
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbeurdverklaring kledingstukken bij drugssmokkelzaak
In deze strafzaak werd verdachte bewezen verklaard op 4 mei 2009 te Schiphol heroïne te hebben binnengebracht. Het hof verklaarde twintig in beslag genomen kledingstukken van verdachte verbeurd omdat deze voorwerpen gebruikt zouden zijn bij het plegen of voorbereiden van het bewezen verklaarde feit.
Verdachte stelde in hoger beroep gemotiveerd dat de kledingstukken niet aan haar toebehoren, waardoor de motivering van het hof voor verbeurdverklaring onvoldoende zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat de verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij deze klacht, omdat verbeurdverklaring van voorwerpen die niet aan haar toebehoren haar niet in haar vermogen treft.
De Hoge Raad bevestigde dat klachten over verbeurdverklaring van dergelijke voorwerpen in voorkomende gevallen via art. 81 lid 1 of Pro art. 80a RO kunnen worden afgedaan. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verbeurdverklaring van twintig kledingstukken blijft gehandhaafd.