Conclusie
middelklaagt over de strafoplegging. Betoogd wordt dat de opgelegde vrijheidsstraf in strijd is met het doel en de strekking van de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG), met name omdat de Nederlandse autoriteiten zich sinds april 2011 niet meer hebben ingespannen om de verwijdering van verdachte te bewerkstelligen.
3. Er is niet overeenkomstig de terugkeerrichtlijn gehandeld.
4. Verdachte is niet uitzetbaar; er is sprake van overmacht.
- In de eerste plaats dat de inwerkingtreding van de Terugkeerrichtlijn of het verstrijken van de uiterste implementatiedatum (24 december 2010) niet meebrengt dat een voordien uitgevaardigde ongewenstverklaring haar rechtskracht verliest op de enkele grond dat daarin niet is opgenomen dat deze slechts geldt voor een bepaalde duur als bedoeld in artikel 11 lid 2 van Pro de Terugkeerrichtlijn.
- Ten tweede dat de inwerkingtreding van de Terugkeerrichtlijn of het verstrijken van de uiterste implementatiedatum niet meebrengt dat een voordien uitgevaardigde ongewenstverklaring thans op enigerlei wijze gebonden moet worden geacht aan een bepaalde duur als bedoeld in voormeld artikel 11 lid Pro 2.
- Ten derde, ook al zou moeten worden aangenomen dat de ongewenstverklaring is gebonden aan een bepaalde duur, dan zou aansluitend aan hetgeen in artikel 66a lid 4 van de Vw 2000 is bepaald over het inreisverbod, moeten worden aangenomen dat die duur wordt berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.