Conclusie
6.Bewezenverklaring en bewijsvoering
7.Het eerste namens de verdachte voorgestelde middel
Volgens mr. Weski blijken uit de gezwarte versie van het rapport van de EODD omstandigheden die de causaliteitsketen hebben kunnen doorbreken. De verklaring van [slachtoffer 1] laat bijvoorbeeld in het midden welke handelingen exact tot de explosie hebben geleid, terwijl de verdediging nu juist de mogelijkheid dient te hebben om dergelijke momenten te onderzoeken. Voorts is onduidelijk waardoor de fysieke stimulus is veroorzaakt. In de visie van mr. Weski dienen zijn verzoeken te worden beoordeeld in het licht van het equality of arms-beginsel ex artikel 6 van Pro het EVRM.
(…)
Ook het openbaar ministerie had graag gezien dat de volledige, ongezwarte versie van het rapport van de EODD aan de processtukken was toegevoegd. Waar echter niets is, verliest de keizer zijn recht. Ik heb zoveel mogelijk getracht te voldoen aan de opdracht van het hof, hetgeen geresulteerd heeft in de stukken die thans ter beschikking zijn gesteld. Mijn bevoegdheden reiken niet zover dat ik het Ministerie kan bevelen het rapport in ongezwarte vorm ter beschikking te stellen. Bovendien heb ik de indruk dat het Ministerie zich co-operatief opstelt en binnen de grenzen van hetgeen verantwoord is zoveel mogelijk heeft prijsgegeven. Of het hof mij nu iets verzoekt of beveelt maakt niet uit; in beide gevallen heb ik alles gedaan wat mogelijk was. De thans beschikbare informatie is in mijn visie voldoende voor de beantwoording van de vragen van 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Mocht het hof een nadere toets wensen van de gezwarte gedeelten uit het EODD-rapport, dan bestaat er wellicht de mogelijkheid om het volledige rapport ter beschikking te stellen aan de landelijke terreurofficier van justitie of de raadsheer-commissaris, opdat deze zich daarover een zelfstandig oordeel kan vormen en daarover in een proces-verbaal verantwoording kan afleggen.
(…)
Bevindingen naar aanleiding van de verkregen rapportages
8.Het tweede namens de verdachte voorgestelde middel
Deze klacht faalt reeds omdat zij berust op een onjuiste rechtsopvatting. Volgens vaste rechtspraak hoeft het opzet in geval van vervolging ter zake van art. 157 Sr Pro niet te zijn gericht op het door de brandstichting, ontploffing of overstroming veroorzaakte gevaar. Voldoende is dat het opzet zich uitstrekt tot de gedraging en het daarmee onlosmakelijk verbonden gevolg, zoals in een zaak als deze het teweeg brengen van een ontploffing. [3] De door de steller van het middel geformuleerde eis van dubbel opzet geldt enkel bij voorbereidingshandelingen en niet bij poging, waarvan in casu sprake is. [4] Dat het hof in het onderhavige geval het opzet op het teweegbrengen van een ontploffing heeft aangenomen is geenszins onbegrijpelijk, gelet op – onder meer – de verklaring van de verdachte, zoals in de bewijsmiddelen onder 1. is opgenomen, voor zover inhoudende dat het de bedoeling was de flitspaal met een vuurwerkbom neer te halen. De klacht kan niet tot cassatie leiden.
De klacht faalt.