Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
24 juni 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 9 juli 2010 in Eindhoven heimelijk foto's maakte onder de rok van een winkelende vrouw. Het hof had geoordeeld dat dit handelen als het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen in de zin van art. 246 Sr Pro kon worden aangemerkt, mede omdat verdachte de vrouw aan een been raakte tijdens het fotograferen.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie en stelt dat het heimelijk vervaardigen van afbeeldingen met een technisch hulpmiddel op zichzelf niet als ontuchtige handeling kwalificeert, ook niet als de afbeeldingen voor seksuele bevrediging worden gebruikt. Voor het aannemen van dwingen tot ontucht is doorgaans een relevante interactie tussen verdachte en slachtoffer vereist.
In deze zaak heeft het hof slechts vastgesteld dat verdachte de vrouw aan een been raakte, maar niet dat deze aanraking op zichzelf al het dwingen tot ontucht inhield. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het begrip ontucht te ruim heeft uitgelegd en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste uitleg van het begrip ontucht.