Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring en bewijsvoering
1. Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 27 maart 2023, dossierpagina 26 tot en met 28, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
het hof begrijpt: ging) begon de man tegen [aangeefster] te praten. Hij zei tegen [aangeefster] dat ze er mooi uitzag.
pagina 56)
Bewijsoverwegingen
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
Letsel en gevolgen
reeds daaromsprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in art. 6:106 aanhef Pro en onder b BW. Dat oordeel is in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad niet zonder meer begrijpelijk. Daaruit blijkt immers dat onder deze categorie slechts (zeer) uitzonderlijke gevallen kunnen worden geschaard, die zich kenmerken door zware inbreuken op fundamentele rechten, waarbij de grote gevolgen evident zijn. [9] Zonder af te willen doen aan de gevolgen van het bewezenverklaarde voor de benadeelde, meen ik dat die categorie hier niet aan de orde is. In zoverre is het middel terecht voorgesteld.
bovendiennaar voren is gebracht door de benadeelde partij. Het woord “bovendien” duidt erop dat er naar het oordeel van het hof een tweede reden is waarom een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen. De eerder aangehaalde bewoordingen “reeds daarom” ondersteunen deze lezing. In de overwegingen van het hof ligt naar mijn oordeel besloten dat een aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ ook voldoende met concrete gegevens is onderbouwd. Dat kennelijke oordeel acht ik niet onbegrijpelijk. Ik licht dat hieronder toe.