Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 7 juni 2012, nr. 11/00174, betreffende een aan
N.V. [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting en een beschikking als bedoeld in artikel 21a, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
- behoudens daarop door of voor de toepassing van de Wet uitdrukkelijk gemaakte uitzonderingen - ook fiscaalrechtelijk als kapitaal heeft te gelden. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de RPS zodanig grote overeenkomsten vertonen met cumulatief preferente aandelen - die ook voor de toepassing van artikel 13, lid 2, letter a, van de Wet als aandelen worden aangemerkt - dat ook de RPS voor de toepassing van die bepaling zijn aan te merken als “aandelen”.