ECLI:NL:HR:2014:2666

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2014
Publicatiedatum
15 september 2014
Zaaknummer
13/01287
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588a SvArt. 434 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid hoger beroep wegens ontbreken onderzoek schorsing bij betekening appeldagvaarding

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem, Militaire Kamer. De kern van het geschil betrof de vraag of het Hof terecht verstek had verleend aan verdachte die niet was verschenen bij het hoger beroep.

Verdachte had bij de eerste aanleg een postadres opgegeven dat als adres in de zin van art. 588a Sv kon worden aangemerkt. Hoewel uit de GBA bleek dat verdachte later op een ander adres was ingeschreven en daarna geen vaste woon- of verblijfplaats had, kon het Hof niet zonder meer aannemen dat verdachte het opgegeven postadres niet meer wilde handhaven.

Uit de stukken bleek dat geen afschrift van de appeldagvaarding aan het opgegeven postadres was toegezonden, noch dat verzending ingevolge art. 588a lid 3 Sv achterwege kon blijven. Het Hof had daarom moeten onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Dit onderzoek ontbrak, waardoor het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak nietig zijn.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem-Leeuwarden, Militaire Kamer, voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

9 september 2014
Strafkamer
nr. S 13/01287 M
AJ/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, van 13 december 2012, nummer 21/002334-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat verstek kon worden verleend tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, inhoudende als adres van de verdachte [a straat] te [woonplaats] en voorts inhoudende dat de verdachte als "postadres" heeft opgegeven: [b straat] te [woonplaats].
2.3.1.
De opgave bij het begin van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van het "postadres" [b straat] te [woonplaats] kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a, eerste lid aanhef onder b, Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.
2.3.2.
Uit de omstandigheid dat in het kader van de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat de verdachte nadien op een ander adres in de GBA ingeschreven heeft gestaan en daarna geen vaste woon- of verblijfplaats hier te lande had, kon het Hof niet zonder meer afleiden dat de verdachte het "postadres" [b straat] te [woonplaats] niet wenste te handhaven als adres waar hij een afschrift van de appeldagvaarding wenste te ontvangen.
2.4.
Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ingevolge het derde lid van art. 588a Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak. (Vgl. HR 27 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4736, NJ 2012/695.)
2.5.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Militaire Kamer, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 september 2014.