Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
23 september 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het witwassen van geldbedragen die afkomstig waren uit enig misdrijf in de periode van oktober 2008 tot augustus 2010. Het hof baseerde zich op het ontbreken van legale inkomsten van de verdachte en zijn uitgaven aan autohuur, vakanties en luxe goederen. De verdachte voerde aan dat het geld legaal was verkregen via casinospelen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het niet aannemelijk was dat de verdachte het geld via roulette had verdiend, terwijl het hof kennelijk aannam dat het geld uit een misdrijf afkomstig moest zijn. De motivering van het hof was niet zonder meer begrijpelijk gelet op de omstandigheden die het hof zelf in aanmerking had genomen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor een hernieuwde beoordeling. Het overige beroep werd verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 23 september 2014.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.