Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
28 oktober 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van 109 hennepplanten in een woning die hij huurde te Bergen op Zoom in de periode van 1 maart tot en met 30 mei 2009. Hij stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was en dat hij niet op de hoogte was van de hennepkwekerij, omdat hij een aantal Bulgaarse werkers de woning had gegeven om op te knappen en hij zelf in een psychose verkeerde.
Het hof had echter geoordeeld dat het aannemelijk was dat de hennepkwekerij zich in de machtssfeer van de verdachte bevond en dat hij wetenschap had van de hennepplanten. Dit omdat de Bulgaren slechts kort in de woning verbleven en het onwaarschijnlijk was dat zij in die korte periode een kwekerij met planten van 70 cm hoogte konden opzetten. Ook ontbrak het aan voldoende onderbouwing van de psychose.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep van de verdachte faalt. De bewezenverklaring is toereikend onderbouwd en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring dat verdachte opzettelijk 109 hennepplanten in zijn huurwoning had.