Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
25 november 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant over een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv, waarin klager verzocht om teruggave van een inbeslaggenomen loader. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat het belang van de strafvordering zich volgens haar tegen teruggave verzette.
De Hoge Raad overweegt dat volgens artikel 116 Sv Pro het openbaar ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen moet teruggeven zodra het belang van de strafvordering zich daar niet meer tegen verzet. Indien het OM bij behandeling van een beklag aangeeft dat het belang van de strafvordering niet langer tegen teruggave is, dient de rechter zonder inhoudelijke beoordeling daarop te beslissen.
In deze zaak heeft het OM te kennen gegeven dat het belang van de strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag. De rechtbank had het klaagschrift daarom gegrond moeten verklaren en de teruggave moeten gelasten. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking voor zover deze het klaagschrift ongegrond verklaart en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling en afdoening.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 25 november 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling en afdoening van het klaagschrift.