ECLI:NL:HR:2015:2742

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2015
Publicatiedatum
18 september 2015
Zaaknummer
14/03214
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onaanvaardbaarheid beroep op exoneratieclausule in overeenkomst van opdracht

In deze zaak heeft PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (PWC) cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin een geschil over de toepasselijkheid van een exoneratieclausule in een overeenkomst van opdracht centraal stond.

De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 15 juni 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BW0727) waarin de bindende werking van een overeenkomst van opdracht met adviseurs werd bevestigd. In het onderhavige arrest wordt het beroep van PWC op een exoneratieclausule afgewezen als onaanvaardbaar.

De klachten van PWC leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt PWC tot betaling van de proceskosten.

Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van PricewaterhouseCoopers wordt verworpen en het beroep op de exoneratieclausule als onaanvaardbaar bestempeld.

Uitspraak

18 september 2015
Eerste Kamer
14/03214
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PRICEWATERHOUSECOOPERS ACCOUNTANTS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als PWC en [verweerster].

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 15 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0727, NJ 2015/155.
b. het arrest in de zaak 200.118.036/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft PWC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor PWC mede door mr. B.F.L.M. Schim.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van PWC heeft bij brief van 12 juni 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt PWC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.629,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
18 september 2015.