Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Eindhoven,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 december 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de moeder tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een ondertoezichtstelling in het personen- en familierecht. De moeder verzocht om cassatie tegen de beslissing van het hof, maar de Raad voor de Kinderbescherming trad niet op als verweerder in cassatie.
De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit waarin hij het cassatieberoep verwierp. De advocaat van de moeder reageerde hierop, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De uitspraak werd gedaan door een kamer van drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het gerechtshof.