ECLI:NL:HR:2015:3564

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
15/02618
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 810a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ondertoezichtstelling in personen- en familierecht

De zaak betreft een cassatieberoep van de moeder tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een ondertoezichtstelling in het personen- en familierecht. De moeder verzocht om cassatie tegen de beslissing van het hof, maar de Raad voor de Kinderbescherming trad niet op als verweerder in cassatie.

De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit waarin hij het cassatieberoep verwierp. De advocaat van de moeder reageerde hierop, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De uitspraak werd gedaan door een kamer van drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het gerechtshof.

Uitspraak

11 december 2015
Eerste Kamer
15/02618
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 13/06407 van de Hoge Raad van 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2632, NJ 2014/469;
b. de beschikking in de zaak 200.161.424 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 30 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
11 december 2015.