Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
7 april 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake geweldpleging op 24 en 25 mei 2013 te Utrecht, waarbij verschillende panden en personen met verfbommen werden belaagd. De verdediging had bij het appelschrift voorwaardelijke verzoeken gedaan tot het horen van meerdere getuigen.
Het Hof had nagelaten uitdrukkelijk te beslissen op het verzoek tot het horen van vier getuigen, terwijl de aan deze verzoeken verbonden voorwaarde was vervuld. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest. Daarnaast was het verzoek tot het horen van andere getuigen door het Hof afgewezen met toepassing van de juiste maatstaf, namelijk dat geen noodzaak was gebleken.
De Hoge Raad bevestigde dat de verdediging slechts recht heeft op het doen van uitdrukkelijke en gemotiveerde verzoeken tot getuigenoproeping ter terechtzitting en dat het Hof daarop moet beslissen. Het Hof had terecht het verzoek tot het horen van getuigen met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen afgewezen, omdat deze partijen geen bevoegdheid hebben om getuigen aan te brengen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het oordeel van de Hoge Raad betreft en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd wegens verzuim te beslissen op een voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.