Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
31 mei 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake valsheid in geschrift, artikel 225 Sr Pro. Verdachte werd door het hof veroordeeld, waarna hij beroep in cassatie instelde. Namens verdachte diende advocaat R. de Bree een middel van cassatie in, dat door de Advocaat-Generaal werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De klacht over het bewijs wordt als falend beoordeeld.
Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het beroep van verdachte af. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 31 mei 2016 onder nummer S 15/03372.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.