Conclusie
Nummer18/03558
Het cassatieberoep
De zaak
Bespreking van de cassatiemiddelen
eerste middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift (feit 4) blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting dan wel onbegrijpelijk is.
tweede middelbetreft het onder 5 bewezen verklaarde witwassen en bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte de in die bewezenverklaring genoemde geldbedragen heeft witgewassen getuigt van een onjuiste rechtsopvatting althans onbegrijpelijk is, aangezien die bedragen niet (onmiddellijk of middellijk) uit enig misdrijf afkomstig waren.
derde middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie (feit 6) blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting dan wel onbegrijpelijk is.
vierde middelbehelst de klacht dat de strafoplegging, voor zover deze de oplegging van een geldboete van € 100.000,- betreft, ontoereikend is gemotiveerd, omdat de geldboete ertoe strekt wederrechtelijk verkregen voordeel af te romen terwijl het hof de ontnemingsvordering heeft afgewezen, er in eerste aanleg geen geldboete was opgelegd, de advocaat-generaal geen geldboete had gevorderd en de verdediging – mede naar aanleiding van de ontnemingsvordering – uitdrukkelijk een draagkrachtverweer had gevoerd.
vierde middelonbesproken worden gelaten.