Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel
4.Beoordeling van het vierde middel
5.Beoordeling van het vijfde middel
6.Beslissing
26 januari 2016.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal de vraag of bepaalde documenten die in beslag zijn genomen bij een notaris onder het verschoningsrecht vallen of als instrumenta delicti kunnen worden aangemerkt. Het betreft een verdenking van een intellectueel delict waarbij valse overeenkomsten en facturen zijn opgesteld om fiscale voordelen te behalen.
De rechtbank en rechters-commissarissen hebben geoordeeld dat concepten van de Realisatieovereenkomst, e-mailverkeer, notulen en facturen die verband houden met het strafbare feit als instrumenta delicti gelden. Deze documenten hebben een zelfstandige betekenis en hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de valse overeenkomst. Correspondentie waarbij de notaris slechts in kopie is gezet, valt niet onder het verschoningsrecht.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en oordeelt dat het verschoningsrecht van de notaris niet geldt voor documenten die tot het begaan van het strafbare feit hebben gediend. De rechtbank heeft de juiste toetsingscriteria gehanteerd en de belangen zorgvuldig afgewogen. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de documenten wordt gehandhaafd.