Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
30 augustus 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het stelselmatig en wederrechtelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster in de periode van september 2012 tot januari 2013. Het hof wees het verzoek van de verdediging om meerdere getuigen te horen af, omdat het verzoek in het appelschrift niet was onderbouwd.
De verdediging stelde dat de getuigenverklaringen essentieel waren om de betrouwbaarheid van de bewijsvoering te toetsen en om tegenwicht te bieden tegen een vermeende tunnelvisie van politie en justitie. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende heeft gemotiveerd, terwijl de namen en het belang van de getuigen wel voldoende waren gespecificeerd.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een hernieuwde behandeling van het hoger beroep, waarbij de getuigen alsnog gehoord moeten worden. Dit arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het afwijzen van onderzoekwensen in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met het horen van getuigen.