Conclusie
middelklaagt dat de wederrechtelijkheid van de bewezenverklaarde gedragingen, althans van een aantal daarvan, niet uit de bewijsmiddelen kan volgen en/of dat het hof het verweer dat de wederrechtelijkheid ontbreekt heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
1. Een proces-verbaal van aangifte, op ambtsbelofte opgemaakt op 23 januari 2013 door [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Groningen, opgenomen in de pagina’s 18 t/m 24 van een dossier van de politie Groningen met het registratienummer PL01KE 2013010657, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als vraag van de verbalisant:
als verklaring van de verdachte:
als relaas van de verbalisant (op pagina 7):
in confessodat het apparaat aan cliënt in eigendom toebehoorde. Reeds om die reden kan het tenlastgelegde “haar vriezer” niet bewezen worden. Het verwijderen van etenswaar door cliënt uit zijn eigen vriezer die aangeefster zonder zijn toestemming in gebruik heeft genomen, kan niet als wederrechtelijk worden aangemerkt.