“De raadsman geeft te kennen dat verdachte het niet eens is met de veroordeling en verzoekt aanhouding voor het horen van getuigen zoals omschreven in het door hem overgelegde verzoekschrift, inhoudende:
Verzoek aanhouding tot horen van getuigen
1.
Aangever [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] 1991 en wonende aan [a-straat 1] te [plaats] . Client ontkent aangever te hebben mishandeld en wil de getuige vragen laten stellen over zijn aangifte.
In de eerste plaats wanneer hij aangifte heeft gedaan en waarom deze niet door hem is ondertekend.
Voorts wil cliënt aangever vragen waarom hij verklaart dat hij hem heeft proberen te slaan en bij zijn keel heeft gegrepen omdat dat in de visie van cliënt niet is gebeurd. Ook wil cliënt de aangever vragen met welke hand hij bij zijn keel zou zijn gepakt, waar dat zou zijn gebeurd, wie daarbij aanwezig waren, wie en op welk moment de foto’s in het dossier zijn gemaakt, of hij zich onder doktersbehandeling heeft laten stellen.
Bovendien wil cliënt vragen op welk moment de politie bij het incident betrokken raakte, hoeveel agenten er daar waren, of er nog andere personen op dat moment daar waren en wat hij heeft meegekregen van de communicatie tussen cliënt en de politie. Ook wil cliënt vragen of aangever gezien heeft dat hij werd vastgehouden door een andere donkere man op het moment dat de politie arriveerde en of dat dezelfde man was die later ook door de politie is meegenomen.
De aangifte is overigens blijkens proces-verbaal van de zitting van 29 oktober 2015 door de politierechter tot het bewijs gebezigd voor de bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde.
2/3/4/5.
Aangever [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Oost Nederland, aangever [verbalisant 2] brigadier van politie, getuige [verbalisant 4] agent van politie en getuige [verbalisant 5] hoofdagent van politie Client stelt in zijn verklaring dat hij niemand heeft uitgescholden of beledigd. Client wil aangevers (tevens verbalisanten en opstellers van het proces-verbaal van bevindingen] en de getuigen (tevens collega’s van aangevers] vragen stellen over het proces-verbaal van aanhouding van 3 september 2015 opgesteld door aangevers [verbalisant 1] en [verbalisant 2] .
Client wil graag weten hoe dit proces-verbaal van aanhouding tot stand is gekomen daags na het incident op 2 september 2015, of dit door beiden is opgesteld en of dat het is opgesteld door aangever [verbalisant 1] en slechts is mede ondertekend door [verbalisant 2] en of dat er over de inhoud m.b.t. de belediging overleg is geweest en zo ja wanneer en wat daarbij is besproken.
Met betrekking tot het incident op 2 september 2015 wil cliënt aan aangevers vragen op welke afstand hij/zij stond toen hij Motherfucker zou hebben geroepen, welke personen daarbij stonden, of dat collega’s waren, of er ook nog andere personen naast of in de nabijheid van aangever stonden, of de andere donkere persoon die later door de politie is meegenomen bij aangevers in de buurt stond. Of het mogelijk is dat er tegen iemand anders werd gescholden nu blijkens het pv sprake zou zijn van een massale vechtpartij waarbij 10 personen betrokken waren, of enkele of deze hele groep nog aanwezig waren op het perron toen aangevers zich bezig hielden met cliënt.
Bovengenoemde vragen wil cliënt ook aan de collega’s van de aangever stellen nu deze daarbij aanwezig waren en dus uit eigen waarneming kunnen verklaren.
De politierechter heeft blijkens het proces-verbaal van zitting van 29 oktober 2015 het proces-verbaal opgemaakt door aangevers [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voor het bewijs gebruikt om tot een bewezenverklaring te komen van belediging van beiden te komen.
De advocaat-generaal deelt mede het horen van getuigen niet noodzakelijk te vinden. Het feit dat verdachte de juistheid van aangevers verklaring betwist, brengt niet de noodzaak mee aangever opnieuw te horen. Er is geen reden om aan de juistheid van de neerslag van hun bevindingen door verbalisanten te twijfelen. Het verzoek tot het horen van getuigen dient te worden afgewezen.
De raadsman: verbalisanten zijn ook slachtoffer van de ten laste gelegde belediging. Aangever is niet eerder door de verdediging gehoord. Daarmee is in beginsel de noodzaak gegeven.
De voorzitter deelt als zijn beslissing mede: de verzoeken tot het horen van getuigen dienen te worden beoordeeld aan de hand van het noodzaakcriterium. Hij acht het horen van de getuigen niet noodzakelijk voor enige door hem te nemen beslissing.”