Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
6 september 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdediging in hoger beroep verzocht om drie getuigen te horen die konden verklaren over leveranties van tandartsapparatuur en contractuele relaties. Dit verzoek werd door het hof afgewezen tijdens een regiezitting omdat het hof zich onvoldoende ingelicht achtte om het verzoek toe te wijzen. Tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak heeft de verdediging het verzoek niet opnieuw naar voren gebracht.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2014:1496) over de procedure rondom verzoeken tot het horen van getuigen, met name dat na afwijzing op een regiezitting de verdediging haar wens om getuigen alsnog te horen tijdig en gemotiveerd moet kenbaar maken tijdens de inhoudelijke behandeling.
Omdat de verdediging dit niet heeft gedaan, is het belang van de verdachte bij de klacht in cassatie niet evident. Daarnaast voldoet de schriftuur niet aan de vereisten voor onderzoek door de cassatierechter. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij het getuigenverzoek.