Uitspraak
gevestigd te Brussel, België,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
Dit brengt mee dat indien een pand- of hypotheekhouder op de voet van art. 58 lid Pro 1, laatste volzin, Fw de rechter-commissaris verzoekt om de door de curator gestelde termijn te verlengen, daaromtrent met voortvarendheid dient te worden beslist. De rechter-commissaris is evenwel gehouden het in art. 19 Rv Pro verankerde beginsel van hoor en wederhoor in acht te nemen.
4.Beslissing
19 februari 2016.