Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
13 december 2016.
Hoge Raad
Op 19 mei 2013 werd een MMA-melding gedaan over een vermoedelijke hennepkwekerij in een loods te Leimuiden. De politie trad op 19 juni 2013 de loods binnen zonder voorafgaand onderzoek naar de melding of de netmetingen van energieleverancier Liander, die pas later in het dossier werden opgenomen en niet aan de politie waren verstrekt.
De rechtbank en het Hof oordeelden dat het binnentreden rechtmatig was op grond van de MMA-melding en de netmetingen, maar de Hoge Raad stelt dat de MMA-melding onvoldoende concreet was en dat geen onderzoek door de politie was verricht om de betrouwbaarheid te toetsen. De netmetingen waren niet in het bezit van de politie ten tijde van het binnentreden en konden niet als concretisering dienen.
De Hoge Raad volgt de jurisprudentie dat zonder redelijk vermoeden geen dwangmiddelen mogen worden toegepast en dat onrechtmatig verkregen bewijs moet worden uitgesloten. Het binnentreden wordt als onrechtmatig en niet meer te herstellen vormverzuim aangemerkt. Het bewijs van de hennepkwekerij en de verklaringen van de verdachte worden uitgesloten, waardoor het Hof bij gebrek aan bewijs had moeten vrijspreken.
Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep geen kans van slagen heeft. De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onrechtmatig binnentreden en bewijsuitsluiting.