Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
(...)
aangezien de door de verdachte verrichte handelingen niet kunnen worden aangemerkt als medeplegen, maar slechts als medeplichtigheid.
3.Slotsom
4.Beslissing
11 juli 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van het binnenbrengen van circa 1645,8 gram cocaïne op Schiphol op 11 juli 2013. Het hof baseerde zich op verklaringen van verdachte, bevindingen van opsporingsambtenaren en laboratoriumonderzoek die de aanwezigheid van cocaïne bevestigden.
Verdachte had medeverdachte opgewacht op Schiphol en wist dat zij een zending met vermoedelijk verboden inhoud bij zich had. Het hof kwalificeerde het ophalen als een uitvoeringshandeling van de invoer en oordeelde dat verdachte nauw en bewust met anderen had samengewerkt, wat medeplegen opleverde.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor medeplegen: nauwe en bewuste samenwerking met een bijdrage van voldoende gewicht. De bewijsvoering van het hof voldoet hier niet aan; de gedragingen van verdachte zijn meer passend bij medeplichtigheid. Het oordeel van het hof is niet begrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.