Conclusie
Nummer18/05153
De zaak
Bewezenverklaringen en bewijsoverwegingen
Beoordeling van het onder 1 subsidiair impliciet subsidiair ten laste gelegde (medeplegen doodslag)
“Er waren als gevolg van bij leven opgelopen uitwendig inwerkend botsend geweld onderhuidse bloeduitstortingen in het gezicht, de linkeroorschelp en in de linker handrug. De neus was daarbij gebroken en er was vocht (waarschijnlijk bloed) in de neusbijholte. Deze letsels zijn het gevolg van
Bespreking van de verweren van de verdediging
NJ2008/69, m.nt. Borgers uitgelaten, en wel, voor zover hier van belang, als volgt:
NJ1976, 539 en HR 9 mei 1995,
DD95.334) of aan de verwerping van een verweer dat bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen (vgl. HR 15 mei 2007,
LJNAZ6101). Zulke feiten en/of omstandigheden zijn immers niet redengevend voor de bewezenverklaring dat de verdachte het aan hem tenlastegelegde feit heeft begaan.
LJNAF7985, NJ 2004, 165 en HR 5 december 2006,
LJNAZ0662).”
Het tweede middel en de beoordeling daarvan
26 september 2018
19 oktober 2018
NJ2010/626: “Noch art. 345 Sv Pro noch enige andere rechtsregel verzet zich ertegen dat na afloop van het onderzoek ter terechtzitting het onderzoek op een nadere terechtzitting gesloten wordt verklaard. Het middel, dat uitgaat van een andere opvatting, is tevergeefs voorgesteld.” [9] Indien de verdachte het laatste woord reeds heeft gehad en op die nadere terechtzitting geen nieuwe onderzoekshandelingen zijn verricht, behoeft hem het laatste woord niet nog eens te worden gegeven, aldus HR 12 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4660,
NJ2011/184.
nadatdoor de voorzitter de mededeling was gedaan over de extra tijd voor het concipiëren van de uitspraken en het om die reden onderbreken van het onderzoek tot de terechtzitting van 19 oktober 2018 en het doen van de uitspraken op 2 november 2018 – daartegen geen enkel bezwaar hebben gemaakt. Integendeel, de verdachte deed afstand van haar recht om op de terechtzitting van 19 oktober 2018 aanwezig te zijn en zij was dan ook, evenals haar raadsman, op de terechtzitting van 19 oktober 2018 niet aanwezig. [10] Dat aan de verdachte al de mogelijkheid tot het laatste woord was geboden (op de terechtzitting van 26 september 2018) maakt het voorgaande niet anders. [11] Tot slot: de stelling in de schriftuur dat in een geval als het onderhavige sprake moet zijn van “geboden overleg of inspraak” vindt geen steun in het recht.
Het derde middel en de beoordeling daarvan
Verklaringen van [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 3])
.Samengevat en in onderlinge samenhang bezien komen hun verklaringen erop neer dat de verdachte gezegd heeft (i) dat zij een “Antilliaanse man” in de woning van het slachtoffer heeft binnengelaten, dat deze “Antilliaanse man” het slachtoffer klappen heeft gegeven en het slachtoffer uiteindelijk heeft verstikt, dat zij, de verdachte, geen hulp heeft geboden toen het slachtoffer haar aankeek en om hulp vroeg, dat zij vervolgens bewijsmateriaal heeft weggehaald en dat zij beiden het slachtoffer dood op een stoel hebben achtergelaten, en (ii) dat deze “Antilliaanse man” geen adres heeft omdat hij in het verleden een wietplantage had en hij daardoor zijn huis was kwijtgeraakt en bij zijn vriendin was gaan wonen. Door het hof is feitelijk vastgesteld dat de medeverdachte aan de omschrijving van de “Antilliaanse man” voldoet.
Bespreken van de verweren van de verdediging