Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Juridisch kader
4.Beoordeling van het middel
5.Slotsom
6.Beslissing
14 maart 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die zonder artsenkwalificatie zijn 99-jarige stiefmoeder heeft geholpen bij haar zelfdoding door het verstrekken van middelen en instructies. Het hof had het beroep op noodtoestand gegrond verklaard en de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad benadrukt dat hulp bij zelfdoding en euthanasie strafbaar zijn, behalve wanneer een arts handelt volgens strikte zorgvuldigheidseisen. Voor niet-artsen is een beroep op noodtoestand slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk. Het hof had ten onrechte de zorgvuldigheidseisen voor artsen als toetsingskader gehanteerd zonder dat de verdachte daaraan voldeed.
De feiten betreffen een langdurige wens van de moeder om te sterven, haar ernstige lijden, het ontbreken van alternatieve medische hulp en de zorgvuldige uitvoering door de verdachte. Desondanks is het beroep op noodtoestand volgens de Hoge Raad niet voldoende gemotiveerd. Ook het verweer dat toepassing van art. 294.2 Sr in strijd is met art. 8 EVRM Pro wordt verworpen.
De Hoge Raad vernietigt het ontslag van rechtsvervolging en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling van het beroep op noodtoestand. Het arrest onderstreept de terughoudendheid bij het accepteren van noodtoestand in hulp bij zelfdoding door niet-artsen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt ontslag van rechtsvervolging wegens hulp bij zelfdoding door niet-arts en verwijst zaak terug naar hof voor nieuwe beoordeling.