Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Tenlastelegging, bewezenverklaring en bewijsmiddelen
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Beoordeling van het derde middel
6.Slotsom
7.Beslissing
30 mei 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd beschuldigd van smaad en laster door het verspreiden van meerdere brieven aan onder meer de Amerikaanse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken, waarin beschuldigingen werden geuit over oorlogsmisdaden en kunstsmokkel. Het hof had de verdachte deels schuldig bevonden, maar het arrest bevatte onduidelijkheden over het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven aan de aantijgingen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat er een geldige klacht was ingediend door de benadeelden, waarmee het klachtvereiste was vervuld. De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende had gemotiveerd dat de verdachte met een van de brieven het kennelijke doel had om ruchtbaarheid te geven.
Echter, de Hoge Raad vond dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verdachte met de brieven aan de Amerikaanse ambassadeur en minister het kennelijke doel had om ruchtbaarheid te geven, mede omdat deze ambtenaren hun functie met discretie uitoefenen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van dit onderdeel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het kennelijke doel van ruchtbaarheid met betrekking tot enkele brieven.