Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Beoordeling van het vierde middel
6.Beoordeling van het tweede middel
7.Slotsom
30 januari 2018.
Hoge Raad
De verdachte heeft op 3 november 2014 in Helmond met een vuurwapen meerdere kogels afgevuurd op een auto waarin drie personen zaten en waarbij een vierde persoon zich in de directe nabijheid bevond. Het hof stelde vast dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van alle vier de personen, aangezien het schieten op de auto bewust de aanmerkelijke kans op de dood van deze personen inhield.
De bewezenverklaring steunt op getuigenverklaringen van de inzittenden, politieverklaringen, en forensisch onderzoek dat kogelinslagen en hulzen aantoonde. De verdachte verklaarde zelf te hebben geschoten op ongeveer 20-25 meter afstand.
Daarnaast oordeelde het hof dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan strafbare feiten tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling, waardoor de voorwaardelijke invrijheidstelling werd herroepen. De Hoge Raad corrigeerde een kennelijke vergissing over de duur van de proeftijd en vermindert de gevangenisstraf van tien naar negen jaar en acht maanden.
Het beroep in cassatie werd voor het overige verworpen. De redelijke termijn was overschreden, wat ook meewoog in de strafvermindering.
Uitkomst: Veroordeling tot negen jaar en acht maanden gevangenisstraf met herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.