Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
11 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene schatte op Afl. 837.704,03, verminderd tot Afl. 753.933,63 wegens termijnoverschrijding.
De Hoge Raad oordeelt dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende is gemotiveerd omdat het hof geen financieel rapport met een beredeneerde berekening heeft overgelegd en de schatting niet kan worden ontleend aan de in het vonnis genoemde bewijsmiddelen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een schatting slechts op wettige bewijsmiddelen mag berusten, bij voorkeur een financieel rapport.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis en wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een deugdelijke motivering van de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel in strafzaken.
Uitkomst: Vonnis vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde schatting wederrechtelijk verkregen voordeel; zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.