Conclusie
Nummer21/02712 P
Inleiding
De hoofdzaak
Het eerste middel
Uit de verklaringen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring kan worden afgeleid dat de handel minimaal een periode van twee jaren beslaat en de drugshandel die hele periode florerend is geweest. Het totaal geschatte bedrag aan verkochte drugs in twee jaren (= 730 dagen) komt daarmee op € 233,12 x 730 dagen = € 170.177 (afgerond ten voordele van betrokkenen).”
de verklaringen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring”.
bestredenarrest heeft opgenomen, tonen aan dat de broer van de betrokkene reeds twee jaar handelde in verdovende middelen. Aan de door het hof zelf weergegeven bewijsmiddelen kunnen echter niet zonder meer vaststellingen worden ontleend over de omvang van de omzet gedurende die twee jaar, en zeker niet de gevolgtrekking dat de drugshandel de gehele periode van twee jaar “
florerend” was. Nauwkeurige verwijzingen naar de (in bewijsmiddelen opgenomen) redengevende feiten en omstandigheden waaraan deze gevolgtrekking is ontleend, ontbreken.
de verklaringen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring” kan niet worden volstaan. Daarvoor is ten minste vereist dat de bewijsmiddelen die aan de bewezenverklaring ten grondslag zijn gelegd, eveneens zijn gevoegd in het arrest in de ontnemingszaak. Dat is geen automatisme. Vervolgens zou het het hof niet misstaan om ook daarvan de redengevende feiten en omstandigheden te specificeren, met nauwkeurige verwijzing naar de bewijsmiddelen waaraan zij zijn ontleend. Dat alles ontbreekt hier.