Uitspraak
1.Geding in cassatie
4.Beslissing
9 januari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft het beroep in cassatie van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk veroorzaken van een stoornis in een elektriciteitswerk en het verijdelen van veiligheidsmaatregelen, met levensgevaar voor anderen, door illegale stroomaftap ten behoeve van een hennepkwekerij.
Het hof oordeelde dat de meterkast in de woning een elektriciteitswerk is zoals bedoeld in art. 161bis en 90ter Sr. Uit de bewijsmiddelen bleek dat verdachte samen met een kennis, die geen elektricien was, de elektrische installatie had aangelegd op een wijze die niet voldeed aan de veiligheidsnormen, waardoor veiligheidsmaatregelen werden omzeild. Dit vond plaats in een appartementencomplex waar mensen aanwezig waren en daadwerkelijk brand ontstond.
De Hoge Raad bevestigt dat levensgevaar voorzienbaar was en dat de bijdrage van verdachte voldoende gewicht heeft om van medeplegen te spreken. De motivering van het hof over de nauwe en bewuste samenwerking en de risico's van de illegale aansluiting wordt niet onbegrijpelijk geacht.
Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen blijft in stand.