Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
HR 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV9087.)
3.Beslissing
11 december 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt centraal. Het hof had het voordeel berekend op basis van een kweekcyclus van twee weken, maar gaf geen toereikende motivering of bewijsmiddelen voor deze aanname.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitspraak niet voldeed aan de vereisten van art. 359, derde lid, Sv, die voorschrijven dat de uitspraak de bewijsmiddelen moet vermelden waarop de schatting is gebaseerd, inclusief de feiten en omstandigheden die daaraan ten grondslag liggen. Het hof had nagelaten deze bewijsmiddelen voldoende te vermelden, met name ontbrak een onderbouwing voor de gehanteerde kweekcyclus.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De zaak zal opnieuw moeten worden berecht en afgedaan met inachtneming van de juiste motiveringsvereisten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.