ECLI:NL:HR:2019:1791

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2019
Publicatiedatum
15 november 2019
Zaaknummer
18/00899
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 2.A OpiumwetArt. 1.4 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieverwerping in zaak medeplegen invoer cocaïne

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van 72 kilogram cocaïne in Nederland, een strafbaar feit volgens de Opiumwet. De zaak werd behandeld door het Gerechtshof Den Haag, dat op 20 november 2017 een arrest wees.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Zijn advocaten dienden een middel van cassatie in, gericht op een bewijsklacht met betrekking tot medeplegen van verlengde invoer op basis van artikel 1.4 van de Opiumwet. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00899
Datum26 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 november 2017, nummer 22/001141-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2019.